Close

March 5, 2013

Voetbaltaal: kans en mogelijkheid

“Het voetbalprogramma van de dag brengt twee wedstrijden waar je op voorhand niet voor thuis blijft of snel voor naar huis gaat. Polen tegen Tsjechie wordt snel en hongerig voetbal van beide kanten met vele mogelijkheden en weinig echte kansen, om de voetbalcollega’s maar eens te persifleren. Waar ligt de dunne lijn tussen een mogelijkheid en een kans? Wie introduceerde ooit het verschil? Bestaat er een officiele formulering voor die ergens vastgelegd is? Verschilt dat van land tot land? Van commentator tot commentator wellicht? Ik moet altijd erg lachen als voetbalcommentatoren gaan goochelen met beide begrippen: ‘Dat was een beste kans zeg, of moeten we hier spreken van een mogelijkheid?’ Kwatsj. ook mooi is een NOS-collega die stelt: ‘Dit is een honderd procent mogelijkheid.’ Pardon, een wat?”

(Mart Smeets, Dagboek van een sportgek, Uitgeverij De Kring, blz 63)

Commentaar:

Was Louis van Gaal niet ooit de geestelijke vader van het subtiele verschil tussen beide voetbaltermen? Oorspronkelijk, in oude tijden – die van Ad van Emmenes c.s. – was er alleen sprake van “kans” (doelkans), zo meent het geheugen te moeten melden. Een “mogelijkeid” is een potentiele kans. Een kans is dus groter dan een mogelijkheid. Een honderdprocent kans is een niet te missen kans die een doelpunt moet zijn. Een honderdprocent mogelijkheid is oneigenlijk woordgebruik. Die bestaan namelijk niet: alleen kansen kunnen honderdprocent zijn (en overigens in de praktijk toch nog gemist worden!).