Close

February 15, 2013

Voetbaltaal/spelersjargon: “halve zoute drop”

“Onder Coerver kreeg Van Daele eindelijk een basisplaats. Het seizoen 1973/74 zou het beste worden van zijn hele loopbaan. Jopie was niet langer supersub, maar een eigentijdse laatste man, sterk aan de bal, soms brutaal opkomend naar het middenveld. Op het middenveld, licht Van Daele toe, lag de sleutel. Daar creëerde het sterke collectief dat Feyenoord was een overwicht. ‘Ons middenveld speelde in een halve ruit, een halve zoute drop noemden wij dat. Wim Jansen stond in de punt naar achteren en was het eerste aanspeelpunt. Van Hanegem stond er tussen als spelverdeler en Theo de Jong was de nummer tien, die bij balbezit oprukte zodat we met vier spitsen kwamen te spelen. Zelf schoof ik dan wel door vanuit de verdediging. Ik had geleerd simpel te spelen. Toen ik jonger was, had ik vaak de neiging risico’s te nemen. Dan probeerde ik een actie te maken of iemand door de benen te spelen. Als verdediger kon dat natuurlijk niet. Ik heb mezelf dat echt moeten afleren.’”

(Constantijn Hoffscholte, Van Kindvall tot Kuijt – De spitsen van Feyenoord, Tirion Sport, Utrecht 2012, blz 57)