Close

January 14, 2013

Salonremise of -nederlaag: “passiviteit” bestraffen?

“Mijn favoriete vrije trap aller tijden werd genomen door Karl-Heinz Rummenigge, in 1982, tegen Oostenrijk. De bal ging ongeveer vijf meter over, maar het kunnen er ook acht geweest zijn, of twaalf. Daarna deed [Rummenigge] net alsof hij baalde.

Om zeker te zijn dat de bal een paar meter over het doel heen zou zeilen, ging [Rummenigge] zo ver mogelijk naar achteren hangen, precies zoals je op de voetbaltraining altijd leert dat het niet moet. Rummenigge hing zo ver achterover dat hij op zijn kont in het gras viel. Verderop plofde de bal verveeld in het vsangnet.

(Misschien kunt u zich die Duitsland-Oostenrijk nog herinneren, want het was de beroemdste ‘salonnederlaag’ ooit. Het werd 1-0, precies genoeg voor beide landen, die allebei ten koste van Algerije naar de volgende ronbde van het WK gingen,)”

(Sjoerd Mossou, Kamp Cruijff en andere verhalen, Kick uitgevers, Rotterdam 2012, blz 254)

“FC Groningen sluit het seizoen 90-’91 af op 16 juni 1991 met een uitwedstrijd tegen SC Heerenveen. Een week eerder is kampioen PSV met 4-1 verslagen, waarmee de FC de derde plaats in de eindrangschikking heeft veiliggesteld. Tegen Heerenveen hoeft FC Groningen daarom niet meer vol gas te geven. Heerenveen daarentegen moet winnen om degradatie te voorkomen.

De dinsdag voor de wedstrijd spelen de tweede elftallen van beide clubs tegen elkaar. FC Groningen 2 kan die avond kampioen van de reserve-eredivisie worden. Jan  van Dijk en Jos Roossien zijn als toeschouwers aanwezig bij die wedstrijd. In de rust van dat duel raken Van Dijk en Roossien aan de praat met SC Heerenveen-voorzitter Riemer van der Velde. Het blijkt al snel dat beide partijen sympathie voor elkaar hebben en het is dan ook daarom dat sommige spelers van FC Groningen vijf dagen later in Heerenveen in een lage versnelling spelen. Zelfs op zeventig procent van hun kunnen staat FC Groningen na de eerste vijfenveertig minuten echter met 2-0 voor. ‘Er werd toen in de kleedkamer gezegd dat Heerenveen het in de tweede helft dan maar zelf moest oplossen.’

Na de pauze komt Heerenveen terug tot 2-2 en zijn de tussenstanden bij de andere duels dusdanig dat handhaving in de eredivisie voor Heerenveen plotseling weer mogelijk is. Sommige spelers van FC Groningen besluiten dan weer een stapje mindr hard te lopen om zo Heerenveen te kunnen helpen. Ulrich Wilson laat zich door rechtsbuiten René van der Gijp aan alle kanten passeren. ‘Djurovski wist echter van niets. Je zag hem zich afvragen wat er in vredesnaam aan de hand was. Daarop besloot hij ook maar mee te d.oen, al had hij geen idee waarom. Zo gaf hij een speler van Heerenveen de bal, onderwijl een beweging makend naar het doel van [Groningen] alsof hij wilde zeggen: “Toe maar, ga je gang”. Op een gegeven moment was er een ingooi voor Heerenveen, pal voor onze dug-out. Westerhof pakte snel de bal en gaf deze aan Gert-Jan Verbeek, toen rechtsback van Heerenveen.

“Ga nou in de spits spelen! Die kant op”, coachte hij Verbeek. Je zag Verbeek vol ongeloof naar Westerhof kijken en denken: “Wat gebeurt hier?”’”

“‘Ajax was die zondag kampioen geworden. Bij ons bestond de gedachte dat er daar misschien wel iets te halen viel. FC Utrecht zat tijdens die wedstrijd op de tribune van stadion De Meer. Als wij zouden verliezen van Ajax, zou FC Utrecht officieel veilig zijn en een feestje gaan vieren.’ Ajax werkt echter niet mee aan het feestje van FC Utrecht. ‘Spelers van Ajax leverden zomaar de bal in bij spelers van ons. En inderdaad, op een gegeven moment stonden we met 2-0 voor.’ Harris Huizingh profiteert voor rust van een te korte terugspeelbal van Sonny Silooy en in de tweede helft wordt Ronald Hamming geen strobreed in de weg gelegd op weg naar de 2-0. ‘Ajax vond het duidelijk niet erg om te verliezen, maar het moest natuurlijk geen complete afgang worden, want het was wel de afscheidswedstrijd van Stefan Petterson.’ In de slotfase krijgt FC Groningen nog een strafschop die – wellicht opzettelijk – wordt gemist door Ulrich Wilson. De laatste wedstrijd van het seizoen tegen Vitesse eindigt in een salonremise, FC Groningen blijft zo in de eredivisie en Vitesse plaatst zich voor Europees voetbal.”

“In zijn eerste seizoen krijgt Ron Jans de taak om FC Groningen in de eredivisie te houden. Hij slaagt daar op de laatste speeldag van het seizoen 2002-2003 in. FC Groningen heeft op donderdag 29 mei nog één punt nodig om niet te degraderen, PSV heeft aan een punt voldoende om kampioen te worden. De beide trainers, Ron Jans en Guus Hiddink, willen vooraf echter niets weten van een puntendeling. ‘Voor de wedstrijd zat ik in de dug-out even naast Guus Hiddink. “Guus, we moeten gelijkspelen”, zei ik tegen hem. “Dat ligt niet alleen aan mij, maar ook aan jullie”, antwoordde hij, stoïcijns voor zich uitkijkend.’ In het eerste half uur lijkt het nog op een wedstrijd, maar daarna groeit het duel uit naar een onvervalste salonremise. In de tweede helft is het zelfs zo erg dat Martin Drent maar liefst twintig minuten aan de zijlijn moet wachten voordat hij kan invallen. De bal wordt namelijk door PSV alleen maar achterin rond gespeeld. De uiteindelijke 0-0 betekent een prijs voor beide teams. FC Groningen blijft in de eredivisie en PSV is kampioen. FC Zwolle, dat nu gedwongen wordt om nacompetitie te spelen, spreekt er schande van.”

(Emiel Venema, Theo Huizinga – ‘t Is mooi geweest, Profiel Uitgeverij, Bedum 2012, blz 80-82, 93-94, 119-120)

Commentaar

Dit waren kennelijk duidelijke voorbeelden van competitievervalsing, waarbij beide teams hun sportieve plicht verzaakten. Het ging echter om niet-strafbare competitievervalsing; er was geen sprake van match-fixing in tucht- of strafrechtelijke zin. Er is geen competitiereglement die zulk geconcerteerd handelen als bij Duitsland-Oostenrijk of bij een “salonremise” (vgl. schaken) verbiedt. Bij voetbal, anders dan bij schaken, wordt zulk optreden in strijd met de geest van het spel, in strijd met fair play gevonden, maar er is geen regel die het verbiedt. Er is geen spelregel of competieregel die bepaalt dat je moet aanvallen en proberen te scoren, Regel 10 (The Method of Scoring) zegt onder de tussenkop “Winning team” niet meer dan dat het team dat de meeste goals in een wedstridjk maakt, de winnaar is en dat wanneer beide teams niet of evenveel doelpunten scoren, de wedstrijd is geëindigd in een gelijkspel. De enige bepalingen in de spelregels die expliciet scoren willen bevorderen zijn die het bestraffen met een rode kaart wanneer een veldspeler door middel van opzettelijk hands of een met gele of rode kaart te bestraffen overtreding een vijandelijk doelpunt voorkomt of een duidelijke doelkans verhindert (regel 12).

In beginsel is er niettemin een bruikbare bepaling in de spelregels die zou kunnen worden gehanteerd om dit soort competitievervalsing te bestrijden: het tonen van een gebrek aan respect voor het spel als vorm van onsportief gedrag (regel 12). Maar welke scheidsrechter waagt zich hieraan? Hoe bepaal je dat een speler of ploeg niet wil voetballen? Waar lees je dat aan af? Hoe bewijs je dat? Je kunt teams ook niet dwingen op zoek te gaan naar een goal als de gewenste eindstand is bereikt. En welke speler zou je met “geel” moeten bestraffen. Tenslotte beide ploegen zodanig dat spelers die in herhaling vervallen “rood” krijgen en tenslotte een der ploegen minder dan zeven spelers telt zodat de wedstrijd gestaakt moet worden (vgl. regel 3 – The number of Players: “A match may not start  (cursief toegevoegd; RS) if either team consists of fewer than seven players.”)?

Om de scheidsrechter een mogelijk handvat te geven zou aan de spelregels een preambule/considerans behoren te worden toegevoegd die uitdrukkelijk beide teams opdraagt naar winst te streven in een wedstrijd. Hier zou vergelijkend spelregelonderzoek met andere teamsporten ook van nut kunnen zijn. In vechsporten (judo, boksen) kan “passiviteit” immers worden bestraft. Bij voetbal zou het dan de totale passiviteit van beide partijen betreffen. Een nieuwe spelregel zou kunnen bepalen dat als zij herhaaldelijk de spelregels overtreden door passiviteit hetgeen onsportief gedrag is in de zin van het tonen van geen of te weinig respect voor het doel van het spel: winnen door aan te vallen, de wedstrijd wordt gestaakt (vgl. “persistent ifringements of the Laws of the Game” – regel 2; volgens de Interpretation bij deze regel is niet bij voorbaat bepaald wat “persistent” – aantal overtredingen en binnen welk tijdsbestek – inhoudt of wanneer er sprake is van een patroon: dat staat ter beoordeling van de scheidsrechter zelf, d.w.z. “in the context of effective game management”).

Aan het om deze reden staken van een wedstrijd zou het competitiereglemnt dan de sanctie moeten verbinden dat beide partijen een nul scoren qua punten in de competitiestand. In een knock-out competitie zou dat niet hoeven gelden, want dan schaadt passiviteit geen derde(n) zoals Algerije op het WK 1982. Zou men toch ook hier passiviteit willen aanpakken, dan worden beide teams gediskwalificeerd. De tegenstander in de volgende ronde krijgt dan een walk-over (vgl. tennis), omdat een tegenpartij ontbreekt.