Close

December 22, 2012

“Aanvoerderschap” dient in de spelregels te worden opgenomen

“Een volgende kwestie is: welke regels zijn er verbonden aan het aanvoerderschap? En wat wordt precies verstaan onder een aanvoerder? En om welke arm moet de aanvoerder de voorgeschreven aanvoerdersband dragen? De KNVB zegt daarover: ‘Die speler van het elftal/team die zich onderscheidt van de overige spelers van het elftal/team door middel van het dragen van een aanvoerdersband en in die functie het aanspreekpunt is voo de arbiter voor, tijdens en na de wedstrijd. CaptaIns van alle elftallen/teams die wedstrijden spelen, georganiseerd door of met goedkeuring van de KNVB, zijn verplicht eenarmband te dragen.DE kleur van deze band moet afwijken van de kleur van het shirt en dient een breedte te hebben van ongeveer tien centimeter. Deze armband moet om de bovenarm gedragen worden.’

De bovenarm, dat mag dus zowel links als rechts. Maar dat is in de praktijk de linker. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is het niet verplicht, maar het is wel gemeengoed dat hij links en daarmee het dichtst bij het hart zit. Vijfennegentig procent van alle spelers draagt hem ook links, waardoor de enkeling die zich vergist – want dat is het – direct opvalt als de band om zijn ‘verkeerde’ arm zit. Het oogt ook niet, rechts, behalve als de ploeg rouwbanden draagt. Daarvoor heeft de KNVB als voorschrift dat men wordt geacht om deze altijd links te dragen. Daarmee gaat de aanvoerdersband naar rechts, maar ook hier zal geen scheidsrechter een gele kaart geven als dit andersom blijkt. Enige verwarring ontstaat soms alleen bij nieuwe, buitenlandse spelers. De Braziliaanse verdediger Alex vertelt een paar jaar geleden trots aan ploeggenoot Jefferson Farfan dat hij aanvoerder is geworden. Het ontgaat hem dat alle PSV’ers een zwarte band hebben gekregen, in verband met het overlijden van Rinus Michels. De hilariteit, vooral bij landgenoot en gangmaker Gomes, galmt nog lang na.

Volgens de officiële spelregels heeft een aanvoerder in het veld geen bijzondere status of voorrechten. Wel heeft hij ‘een zekere verantwoordelijkheid voor het gedrag van zijn team’, schrijft de voetbalbond voor. ‘Een speler die zich schuldigt maakt aan het protesteren tegen een beslissing van de scheidsrechter, moet worden gewaarschuwd. Een speler die een scheidsrechter bedreigt of die zich schuldig maakt aan het gebruik van grove, beledigende taal of een scheldwoord gebruikt en/of gebaren maakt, moet van het speelveld worden gezonden.’ In de praktijk is de aanvoerder echter degene die in discussie mag treden met de scheidsrechter. Opzichtig wijzen naar de band als daar geen gehoor aan wordt gegeven, is een vaak vertoond beeld op de velden: ik ben aanvoerder en mag op z’n minst zeggen wat ik denk en je hebt te luisteren. Dat werk. Maar formeel heeft de captain net zo veel of weinig rechten als ieder ander om protest aan te tekenen als hij het ergens mee oneens is. ‘Ik zeg alleen iets tegen de scheidsrechter als hij iets verkeerd ziet of helemaal niet ziet’, aldus Johan Cruijff daarover.

De aanvoerder is verplicht om voorafgaand aan de wedstrijd zijn handtekening te zetten op het wedstrijdformulier. Daarop staan gegevens van beide teams, inclusief wie er allemaal op de bank zitten als staf. Verder zijn er uiteraard een paar officiële en ceremoniële taken die bij het aanvoerderschap komen kijken rondom een wedstrijd. Hij loopt als eerste het veld op, neemt deel aan de toss en aan de beleefdheden daar omheen, overhandigt een mooie clubvaan wanneer het een internationale wedstrijd betreft. En hij neemt een gewonnen trofee in ontvangst. Op zo’n moment is captain zijn een erekwestie die extra speciaal is. De leider die bovenaan de hiërarchie staat, treedt op als vaandeldrager van het collectief.”

(Jeroen van den Berk, “De aanvoerder”, De Nationale Voetbalbibliotheek 04, Uitgeverij De Boekenmakers, Einhoven 2009, blz 26-27)

“Opmerkelijk is het dat de positie van de aanvoerder in de praktijk van het voetbalspel algemeen wordt aanvaard, terwijl zijn functie in de spelregels zelf niet wordt omschreven. In de reglementen komt het woord ‘aanvoerder’ voor. Slechts daaruit valt af te leiden, dat een ploeg bij aanvang van de wedstrijd een aanvoerder moet hebben. Bij bestuursbesluit is vastgesteld, dat de aanvoerder om de linker- of rechterbovenarm een band moet dragen, die afwijkt van de kleur van het shirt, zodat hij duidelijk te onderscheiden is van de andere spelers.Volgens de opvsattingen van de FIFA is de aanvoerder de verantwoordelijke vertegenwoordiger van een elftal tegenover de scheidsrechter. In die zin vertegenwoordigt hij ook zijn club. Alleen hij heeft het recht om, op correcte wijze, inlichtingen te vragen bij de scheidsrechter over een beslissing.

In diverse wedstrijdsituaties speelt de aanvoerder een rol, maar de spelregels gaan niet in op zijn taken. Voor het begin van de wedstrijd is de aanvoerder betrokken bij de toss. De Reglementen Wedstrijden Amateurvoetbal en Betaald Voetbal vermelden, dat de aanvoerder verplicht is het wedstrijdformulier te ondertekenen, maar de tekst zegt verder niets over zijn taak of positie. De aanvoerder is, volgens de opvattingen van de FIFA, degene die als eerste verantwoordelijk is voor het handhaven van de orde op het speelveld. Wanneer de scheidsrechter met dat doel maatregelen gewenst vindt, zal hij de aanvoerder van de thuisclub verzoeken ervoor te zorgen, dat zijn clubleiding ingrijpt, bijvoorbeeld door via de geluidsinstallatie een beroep te doen op het publiek.

Bij het begin van de wedstrijd is normaal gesproken van elk van beide partijen een aanvoerder aanwezig. Het is echter lang niet denkbeeldig, dat tijdens de wedstrijd de aanvoerder uitvalt of van het speelveld wordt gezonden.
Men mag er dan van uitgaan, dat één van zijn medespelers bereid is om het aanvoerderschap en de daarbij behorende aanvoerdersband over te nemen. Is niemand daartoe bereid, dan is de scheidsrechter machteloos. Hij heeft niet het recht één van de medespelers van de uitgevallen of weggezonden aanvoerder op te dragen diens functie over te nemen.

Een dergelijke situatie mag voor de scheidsrechter echter geen aanleiding zijn om de wedstrijd te staken. Hij heeft de taak ernaar te streven, dat de wedstrijd wordt uitgespeeld. Wanneer hij gedurende het verdere verloop de hulp van een aanvoerder nodig heeft, bijvoorbeeld bij overlast van het publiek, dan zal de scheidsrechter alsnog trachten een beroep te doen op de medewerking van één van de andere spelers. Is geen van hen daartoe bereid, dan rest pas op dat moment geen andere keus dan de wedstrijd definitief te staken. Het voorval dient gerapporteerd te worden aan de bond.”

(Aanvullende instructies werkgroep spelregels veldvoetbal, KNVB, Zeist, september 2011, blz 9-10)

Commentaar

De aanvoerder wordt nu slechts in de Interpretatie van spelregel 12 zijdelings vermeld:
“De aanvoerder van een team heeft met betrekking tot de regels geen bijzondere status
of rechten, maar hij is wel verantwoordelijk voor het gedrag van zijn team.” (onder:de
tussenkop “Het in woord of gebaar kenbaar maken het niet eens te zijn met een beslissing van
de scheidsrechter”).

Het “aanvoerderschap” behoort in de spelregels zelf althans op hoofdlijnen uitdrukkelijk te worden geregeld. Daartoe behoren zijn bijzondere uitrusting, bestaande uit de “aanvoerdersband” (spelregel 4 – De uitrusting van de spelers) en zijn taken, in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de vertegenwoordiging van het team tegenover de scheidsrechter voor, tijdens en na een wedstrijd, zoals bij de toss. Alleen de aanvoerder heeft het recht om inlichtingen bij de scheidsrechter in te winnen over een beslissing, zo zou moeten worden toegevoegd (spelregel 3 – Het aantal spelers). Over de toss zegt spelregel 8 (Het begin en de hervatting van het spel) nu slechts dat voor de aftrap bij het begin van de wedstrijd of verlenging een muntstuk wordt opgeworpen en dat de partij die de toss wint, het doel voor de eerste helft kiest. De spelregels moeten ook voorzien worden van een duidelijke bepaling over reserve-aanvoerderschap voor het geval de aanvoerder wordt gewisseld, uitvalt wegens een blessure of uit het veld wordt gestuurd.

Opties rond het aanvoerderschap (profiel):

eigenschappen/kwaliteiten (en/of):
beste speler / sterkste karakter, persoonlijkheid / meeste verantwoordelijkheidsgevoel / meeste ervaring

positie in het elftal:
doelman / verdediger (centaal of ook back) / middenvelder
(centraal – punt naar voren of naar achteren – of ook zijkant) / aanvaller (spits of ook vleugelaanvaller)

keuze van de aanvoerder:
door trainer-coach / door team

aanvoerdersband inleveren:
op eigen initiatief /op besluit van trainer-coach / door team

oorzaken voor inleveren van aanvoerdersband:
blessure / schorsing / wissel