Close

August 20, 2012

Voetbaltaal en tactiek: de “vooractie”

“Nu de zogenaamde vooractie. […] En dan vooral het creëren van ruimte voor jezelf. Daarbij is de vooractie cruciaal. Waarbij je vaak het tegengestelde moet doen van wat je eigenlijk wilt.

Een voorbeeld. Als een buitenspeler de bal in zijn voeten wil krijgen, dan zal hij eerst diep moeten gaan en daarna weer terug om gemakkelijker in de voeten aangespeeld te kunnen worden.

Iedere positie, zeker voorin, heeft met dit soort situaties te maken. Daarbij gaat het niet alleen om de actie zelf, maar ook hoe de rest van het team daar op anticipeert. Met andere woorden, iedere vooractie mag nooit een op zichzelf staande actie zijn. Het mooie van voetbal is namelijk dat iedere actie op iedere willekeurige positie, op de een of andere manier in verband met een andere actie staat.

Neem het voorbeeld dat ik net gaf over de buitenspeler. Om de bal in de voeten te kunnen krijgen, moet hij eerst een vooractie in de diepte maken. Maar is op hetzelfde moment de spits datzelfde gat in gedoken, dan is de ruimte gedicht waarin de buitenspeler zijn actie moet maken.

Daarom irriteert het me zo vaak dat er gemakshalve geroepen wordt dat een buitenspeler faalt, als het probleem juist door anderen is veroorzaakt. Ik weet niet hoe vaak ik als coach met kritische journalisten ben gebotst, die alleen iemand een actie zien maken en hem daarop beoordelen.

Ze zien dus niet dat iemand slecht speelt vanwege een ander en dat het eigenlijk zijn schuld niet is. Door die ander wordt hij niet in staat gesteld om zijn kwaliteiten te benutten.Terwijl juist een buitenspeler valt of staat met een goede twee-eenheid tussen zijn vooractie en actie.”

(Johan Cruijff, “Voetbal”, Opgetekend door Jaap de Groot, Cruyff Library 2012, blz. 154-155)

VOORACTIE
(persoonlijke en groepstactiek / aanvallend)