Close

August 19, 2012

Hedendaags voetbal in Azerbeidzjan

“Dezelfde week staat mijn eerste voetbalwedstrijd in de Azerbeidzjaanse competitie op het programma. Aan de vooravond van de wedstrijd spreek ik af met voetbaljournalist Rüstam Fataliyev om me wegwijs te maken in de lokale voetbalmores. ‘We hebben niet veel om trots op te zijn’, begint de jonge journalist in perfect Engels. ‘Azerbeidzjan behoort tot de kleintjes in het internationale voetbal, op de FIFA-ranglijst staan we 115de of zo, net voor landen als Ethiopië en de Seychellen’. Azerbeidzjan verlangt hevig naar succes in volkssport nummer één. Een eerste ambitie is om de officieuze “kampioen van de Kaukasus” te worden. Die eretitel gaat vooralsnog naar Georgië, dat met Dinamo Tbilisi twee keer kampioen van de Sovjet-Unie werd en in 1981 zelfs de Europacup II binnensleepte. Ook de Armeense voetballiefhebbers hebben een ijkpunt in het magische jaar 1973, waarin Ararat Jerevan zowel de titel als de beker van de Sovjet-Unie veroverde. Azerbeidzjan moet het doen met een eenmalige derde plaats van Neftchi Bakoe.

In een land dat hunkert naar successen kan het voorkomen dat de nationale voetbalheld in zijn carrière nooit een bal met zijn voeten beroerde. Het land is trots op Anatoli Banishevski, die in 1966 een doelpunt maakte namens de Sovjet-Unie tijdens het WK in Engeland. Of op Alekper Mamedov, die topscorer werd van de hele Sovjet-Unie. Maar geen van beiden kan in de schaduw staan van Tofik Bachramov. Bachramov was geen voetballer maar een scheidsrechter. En dan ook nog één die bekend werd door een legendarische foute beslissing. Hij was de grensrechter die in 1966 Engeland op Wembley een goal gunde die nooit over de lijn is geweest, maar waardoor de chauvinistische Engelse pers nog altijd kan snoeven over hun wereldkampioenschap. Azerbeidzjan is een land waar het nationale voetbalstadion vernoemd is naar een man met een snor en een vlag, die langs de kant van het veld staat.

Het zal nog wel een paar jaar duren voor de mensen weer massaal naar de nationale competitie komen kijken, denkt Fataliyev. ‘Voetbal is de populairste sport van het land, maar we verliezen te vaak. De meeste mensen kijken neer op de eigen competitie. Als er succes te behalen valt komen ze, maar grote supportersverenigingen kennen we hier niet. Ja, de Turkse topcvlubs Galatasaray en Fenerbahçe hebben veel aanhang hier. De kans is groter dat je iemand in een shirt van AC Milan ziet lopen dan in één van Qarabag Agdam. Die worden ook helemaal niet verkocht. We zijn beter in individuele sporten. In judo en worstelen hebben we wereldkampioenen. En we zijn heel goed in schaken. Wist je dat Gary Kasparov geboren werd in Bakoe?’ De eigengereide schaakkampioen heeft nooit een geheim gemaakt van zijn afkomst, hoewel hij geboren werd in een Joods-Armeense familie. Ten tijde van de oorlog om Nagorno-Karabach sprak hij in interviews zijn steun uit aan de Armeense rebellen.

Tegenwoordig is het voetbal in dit land aan het veranderen. De clubs hebben geld genoeg, nu de oliedollars ook hun weg hebben gevonden naar het voetbal. Het geld zorgt voor een ontwikkeling vergelijkbaar met de bouwmanie in het centrum van Bakoe. Kopen, kopen, kopen is het sleutelwoord en wie niet kan kopen blijft achter aan de kant van de weg. In eerste instantie betreft de koopwoede een select groepje van Azerbeidzjaanse topspelers. Zo wisselde Zaur Ramazanov, een eenvoudige en ongeletterde jongen uit de arme hoofdstedelijke volkswijk Kubinka en in speelstijl en nachtclubbezoek de Azerische Ronaldinho, in vijf seizoenen zes keer van club. Daarnaast heb je tegenwoordig ook nog het fenomeen van de buitenlandse legionairs.

‘Clubliefde bestaat niet meer in het Azerische voetbal’, verzucht de journalist. ‘FK Qarabağ was altijd de een uitzondering, maar met die nieuwe sponsor lijken ze ook mee te gaan in de waanzin. Misschien gaat het spelniveau omhoog, maar ik vrees dat steeds meer supporters zich zullen afkeren van het voetbal. Je kunt het ze ook niet kwalijk nemen. Het voetbal werd lang geregeerd door opportunisme en corruptie, rijke eigenaars. Tot voor kort werden wedstrijden aan de lopende band verkocht. Nu valt dat wel mee, denk ik. Je kunt het de mensen niet kwalijk nemen dat ze de beslissingen van onze scheidsrechters niet vertrouwen’.

In de huidige competitie spelen maar drie ploegen die langer dan tien jaar bestaan en dat zijn ook eigenlijk de enige vaste aanhang. Khazar Lenkaran, een club uit de zuidelijke Talysh-regio dicht bij de Iraanse grens, de traditionele topclub Neftchi Bakoe en FK Qarabağ Agdam. Voor die laatste club heeft iedere Azeri een zwak, vanwege de achtergrond. De journalist besloot met een vraag aan mij: ‘Je kent de achtergrond van FK Qarabağ Agdam toch?’

Ondanks de sombere woorden van de journalist verheugde ik me op mijn eerste kennismaking met de Azerische competitie. Ik viel met mijn neus in de boter. ‘FK Qarabağ Agdam – Neftchi Bakoe is een klassieker’, verzekert Fataliyev me bij ons afscheid. Niet alleen omdat Neftchi de populairste club van Azerbeidzjan is. Er zit ook een pikant tintje aan, hoewel niet veel mensen dat tegenwoordig nog weten. Neftchi (neft is Russisch voor “olie”) werd opgericht in de jaren twintig door de oliewerkers van Bakoe. Nog altijd wordt de club gefinancieerd door SOCAR, de nationale oliemaatschappij die volledig in handen is van de presidentiële familie. Maar bij de oprichting werkten vooral Russen en Armeniërs in de olie. Die ontstaansgeschiedenis is nu vooral een noot in de kantlijn van de geschiedenis.”

(Arthur Huizinga, “Nooit een thuiswedstrijd – Een voetbaloorlog in de Kaukasus”, Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2012, blz 35-37)

Zie ook:

Dirk-Jan Visser: OFFSIDE – FOOTBALL IN EXILE