Close

July 18, 2012

Voetbalwoordenboek: lummelen of rondo, de Box (trainingstaal)

voetbalwoordenboek

“Lummelen”

“Trainingsspel, ook rondootje of lullopertje genoemd. Een in een cirkel opgesteld groepje spelers speelt elkaar de bal toe. In het midden staat een collega die de bal probeert te raken door een passje te onderscheppen; hij is de lummel of ‘lul’. Lukt dat, dan moet de foutieve passer in de cirkel gaan jagen op de bal, genaamd ‘lummelen’ of ‘lullopen’.

In 1988 zag een schitterend voetbalboekje het licht, geschreven door Maarten de Vos, auteur van de klassieker De Ajacieden (1971). Het heet Tussen de benen en werd geschreven ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Mister Ajax, Sjaak Swart. De titel heeft te maken met het selecte groepje dat wekelijks in Amsterdam op de Jaap Edenbaan bijeenkomt om met elkaar te voetballen, te ‘trainen’, zoals Maarten de Vos het noemt.

Er wordt dan geen partijtje gedaan, maar gelummeld. Dat lummelen vormt natuurlijk ook een uitstekende gelegenheid om de bal tussen de benen van de ‘lummel’ – de man in het midden – te spelen. Het middel om het benentikken tegen te gaan, is natuurlijk om op tijd de benen te sluiten. ‘De hakken tegen elkaar, dat noemen wij een “Joop de Kneggie” als een late ode aan zijn reeds verstofte hit Ik sta op wacht.’ Het gebeuren op de Jaap Edenbaan heeft intussen tot meer jargon geleid dat alleen bij de insiders bekend is (onder wie Freek de Jonge) en dus geheimtaal blijft voor alle overige voetballiefhebbers. Wat te denken van:

– ‘rups’: een per ongeluk toch gelukte actie;
– ‘bewussie’: je bedenkt iets heel moois en brengt het ook in de praktijk;
– ‘te-ee-erretje’ (= ten einde raad): een onspeelbare bal;
– deeveetje’ (= dood vogeltje) en ‘zetveetje’ (= zakkie vijgen): speler uit vorm;
– ‘Boebka’: een veel te hoog aangespeelde bal;
– ‘aka’: aparte klasse; een uitdrukking van Sjaak Swart himself en dat vindt hij ook van zichzelf. Een speler-uit-vorm noemt Sjakie trouwens een ‘gee-zet-esje’ (groot zakkie stront).

Bij Ajax spreekt men op de training van ‘tussen de benen vrij’: als de lummel tussen de benen wordt gspeeld, mag hij niet uit het midden, ook als hij de bal wel heeft aangeraakt of als de bal uit het vierkant wordt gespeeld. Op de Jaap Eden-baan is dat niet zo. De bal tussen de benen moet daar zuiver zijn (een ‘loepie’).”

(Rob Siekmann en Frans Duivis, “Voetbal!”, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht 2000, blz 109)

“In Nederland was ik gewend dat de trainer altijd de leiding had en voortdurend instructies brulde, maar bij [Manchester] United was Brian Kidd degene die de leiding had bij de training. Ferguson zorgde er alleen maar voor dat iedereen zijn uiterste best deed. Af en toe haalde hij een speler naar de kant om een praatje te maken of wat adviezen te geven, maar meestal liet hij het werk over aan Brian – totdat die in december 1998 manager werd bij Blackburn Rovers en werd opgevolgd door Steve McClaren.

Ferguson vindt het echter leuk om betrokken te worden bij het werk met de bal en je kunt het gebrom horen als hij meedoet met één van onze minst favoriete oefeningen, die bekendstaat als de ‘Box’. We noemen dat zo omdat dan een groep van acht spelers in een rechthoek staat en de bal naar elkaar overspeelt, terwijl twee spelers in het midden erachteraan jagen. Als één van de acht een fout maakt, moet hij de plaats overnemen van één van de jagers, wat inhoudt dat je zestig seconden lang je longen uit je lijf moet rennen met sprintjes van tien meter, achter de heen en weer flitsende bal aan.

Wanneer we hem zien aankomen, proberen we nog snel van positie te wisselen, om niet naast Ferguson te hoeven staan. Als je de pech hebt daar toch terecht te komen, moet je uitkijken, want de baas probeert je er altijd in te luizen. Terwijl hij maar een meter van je af staat, speelt hij je zo hard aan dat het onmogelijk is de bal onder controle te brengen. Dan staat hij te gniffelen als een schooljongen. Hij moet die truc wel al duizend keer hebben uitgehaald, maar lacht nog steeds alsof hij het de eerste keer ziet gebeuren.

Dat is het enige moment waarop je met Ferguson kunt praten alsof hij één van de spelers is. Meestal blijft hij op een afstand en weet je dat hij de baas is. Maar als hij je in de ‘Box’ te pakken heeft genomen, vindt hij het niet erg als je een geintje tegen hem maakt. Voor hem is dat een teken dat zijn spelletje succes heeft gehad.”

(Jaap Stam met Jeremy Butler, “Hard tegen hard”, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht 2001, blz 140-141)

Literatuur

Raymond Bouwman, “Mister Ajax – De eeuwige jeugd van Sjaak Swart” (Geautoriseerde biografie), Uitgeverij A.W. Bruna/VIP boeken, Utrecht 2009.