Close

July 6, 2012

Het eigen doelpunt van Andrés Escobar

“Wie de beelden van de wedstrijd tegen de Verenigde Staten terugziet, moet toegeven dat Escobars eigen doelpunt ongelukkig, maar daarom niet per se knullig is. Als hij het moedwillig heeft gedaan, is hij ronduit geniaal. In Colombia wordt wat afgevloekt. Door de man in de straat en door de drugskartels. Die zijn not amused. Al dat geld! Kwijt! Inzetten op kwalificatie voor de tweede ronde leek een bijzonder veilige investering. De heren hadden echter kunnen weten dat het makkelijker is om een wedstrijd negatief te beïnvloeden dan te gokken op een positieve afloop.[…..] Dat de Colombiaanse drugskartels deze evidente logica niet volgden, zegt veel over hun IQ.

Veel Colombianen kunnen Escobars bloed wel drinken. Tien dagen na zijn onfortuinlijke ingreep zet Andrés de bloemetjes buiten in de El Indio bar in een buitenwijk van Medellín. Veel drankjes zal hij niet getrakteerd hebben gekregen. Wanneer hij in de vroege uurtjes de bar verlaat, stapt iemand op hem af. Humberto Castro Muñoz snauwt hem ‘Gracias por el autogol!’ toe. Castro vuurt maar liefst twaalf schoten op de verdediger af. Getuigen horen hoe hij bij elk schot ‘Gol!’ uitroept. De wereld reageert vol ongeloof en geschokt. Moord omwille van een eigen doelpunt? Castro wordt tot drieënveertig jaar cel veroordeeld.

In het buitenland veroordeelt men de moord op Escobar als de zinloze actie van een eenzame zot. In Colombia weten ze wel beter. Castro is immers de chauffeur van de drugsheren (en broers) Santiago en Pedro Gallón Henao. En het toeval wil dat beide broers bijzonder veel geld op Colombia’s kwalificatie hadden ingezet. Beide broers krijgen zes maanden, maar komen op borgtocht vrij. Escobars familie reageert ontzet. Daarbij wordt moordenaar Castro al op 7 oktober 2005 vrijgelaten.”

(Joost Houtman en Jan-Cees Butter, “Het foute elftal – moord en doodslag in de voetballerij”, Lebowski Publishers, Amsterdam 2012, blz 66-67)

“ 34’
22 juni 1994
Verenigde Staten-Colombia
Rose Bowl Stadium, Pasadena

[…..]
Tien dagen later, een dag voordat hij met zijn vriendin hun trouwdag zal gaan plannen, krijgt Andrés Escobar in een buitenwijk van zijn woonplaats Medellín voor bar El Indio ruzie met de gewelddadige gebroeders Pedro en Juan Gallón Henao.

Vooraf in een bar is hij al door hen geprovoceerd. ‘Wat een mooie goal heb jij gemaakt.’

Buiten, als Escobar zijn auto, die de auto van de broers blokkeert, wil weghalen, escaleert de ruzie.

De lijfwacht van de broers Gallón Henao bemoeit zich ermee.

Hij trekt zijn pistool en vuurt.

Zes kogels.

Getuigen zeggen dat de moordenaar na elk schot ‘Gol!’ schreeuwt.

Andrés Escobar werd 27 jaar.

Zijn moordenaar, Humberto Muñoz Castro, wordt veroordeeld tot 43 jaar gevangenisstraf. Na elf jaar wordt hij op 7 oktober 2005 vrijgelaten. Wegens goed gedrag.

Nog steeds doet het verhaal de ronde dat Escobar is vermoord om zijn eigen doelpunt en dat gokbazen in Colombia daardoor veel geld verloren. Een afrekening dus.

Daar zijn nooit bewijzen voor aangedragen.”

(Maarten Moll, “Wat een goal! Een kleine canon van het moderne voetbal”, Uitgeverij Thomas Rap, Amsterdam 2012, blz 74-76)