Close

June 11, 2012

Voetbaltaal en taktiek: de “vliegende keep”

http://www.kampseedorf.nl/2011/07/stanley-menzo.html

“Eén van die prachtige uitdrukkingen uit het straatvoetbal. Om twee redenen blijven straatkeepers zelden permanent in hun doel zoals echte veldgoalies. Ten eerste spelen bijeengeraapte straatteams meestal met veel minder dan 11 man. De keeper kan dus best ‘meespelen’. Ten tweede is keepen niet leuk, je wilt graag ook voetballen. De slechtste voetballers worden op straat in het doel gezet. Wanneer je als doelman wordt aangewezen, roep dan meteen: ‘vliegende keep!’ Dat is je grondrecht.

Op het grote veld roept het publiek dat ook wel eens, maar dan om aan te geven dat een keeper wel erg ver uit zijn doel is uitgelopen. Het meest extreme voorbeeld daarvan zijn doellieden die, wanneer hun club in de laatste minuut een corner krijgt toegewezen, plotseling voor het doel van de tegenpartij opduiken om een allerbelangrijkste treffer te willen scoren (Doesburg).”

(Rob Siekmann, “Voetbalwoordenboek”, Prisma-boeken 1834, Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1978, blz. 119)

“Toen het reglement van de terugspeelbal werd aangepast [zie infra spelregel 12; RS], had dit tot gevolg dat de ‘eenling’ meer bij het voetbal betrokken raakte: de doelman moest steeds meer met zijn voeten doen in plaats van zijn handen te gebruiken.

[…..]

Omdat de doelman nu steeds meer mee mag voetballen, wordt zo dezelfde situatie gecreëerd als vroeger tijdens partijtjes op het plantsoen of op straat. Als niemand zin had om te keepen, dan speelde je met een vliegende keep en dat vond iedereen weer wel leuk. Omdat de doelman dus steeds meer een vliegende keep wordt, zal de animo voor het rugnummer1 ook steeds groter worden.”

(Johan Cruijff, “Voetbal”, Opgetekend door Jaap de Groot, Cruyff Library 2012, blz. 81, 82)

Zie spelregel 12:
“Een indirecte vrije schop wordt toegekend aan de tegenpartij, indien een doelverdediger, binnen zijn eigen strafschopgebied, één van de vier hieronder volgende overtredingen begaat:
[…..]
3. de bal met de handen aanraakt, nadat deze hem doelbewust door een medespeler met de voeten is toegespeeld;
[…..]”