Close

June 13, 2012

Ugur Yildirim en het probleem van de dubbele nationaliteit

“Een nieuwe ster schittert aan het firmament, maar voor wie zou die gaan schijnen? Die vraag is wekenlang onderwerp van nationaal debat. Yildirim heeft immers twee paspoorten en het nieuws van zijn vlotte doorbraak en zijn gouden rechter is ook in Turkije doorgedrongen.

Spelers als Ali Boussaboun en Khalid Sinouh kozen voor Marokko en verfoeiden elke andere keuze, maar Khalid Boulahrouz deed juist vol overtuiging het tegenovergestelde. Zo veranderde het Nederlands elftal van aanzien, in een decennium waarin het debat over integratie de gemoederen verhitte. Bij de Nederlanders, Surinamers en Antillianen voegden zich langzaam maar zeker ook immigrantenzonen die niet langer vanzelfsprekend hun land van herkomst als voetballand verkozen.

De sluizen naar Oranje stonden wagenwijd open, terwijl de politiek deze steeds verder sloot. In een onverkwikkelijk gevecht om een Nederlands paspoort tussen bondscoach Van Basten en minister Verdonk moest de talentvolle Ivoriaan Salomon Kalou in oktober 2004 nog het onderspit delven. Yildirim was voor de media het volgende hoofdstuk in deze episode. Zou hij kiezen voor zijn gevoel (‘Ik voel me helemaal Turks’) of voor zijn verstand (‘Maar ik ben hier geboren en heb de Nederlandse mentaliteit’)?

Op 9 februari 2005 is aan het nationale debat over Yildirims keuze voorlopig een einde gekomen. De revelatie van het seizoen ging in op de uitnodiging van bondscoach Van Basten en reisde met het Nederlands elftal mee de Noordzee over om in het stadion van Aston Villa de strijd aan te binden met het Engeland van David Beckham. Een vriendschappelijke wedstrijd, die in het teken stond van de strijd tregen racisme. Nederland speelde in zwart-witte uitshirts om zo het thema verder kracht bij te zetten. En – als om de legitimiteit van zijn keuze voor Nederland te demonstreren – heeft Yildirim zelf voor de gelegenheid zijn haar blond geverfd.

Wanneer je de beelden van die weken voor de wedstrijd terugziet, zie je een zorgeloze jongen met een Turks matje met de week zorgelijker gaan kijken. ‘Waar ik ook kom, of het nu in de kleedkamer is of bij de supermarkt, iedereen begint erover.’ In de achtertuin van de familie Yildirim filmt Zembla een jonge twintiger in een rijtjeshuis die zijn hond een high five geeft en zijn blonde dochtertje liefdevol optilt. Achter hem roept zijn Nederlandse vriendin dat ze pas nadat hijzelf zijn keuze gemaakt had, haar eigen voorkeur bekend had gemaakt. ‘Welke dan?‘ vraagt de verslaggever nog. Het meisje lacht triomfantelijk: ‘Nederland, natuurlijk. Dat is mijn land!’ Yildirim kijkt er allesbehalve gelukkig bij.

Hij moet dan ook voor elke camera opnieuw zijn geloofsbrieven overleggen, zeker omdat hij in oktober 2004 nog had gezegd dat het zijn droom was om ooit voor Turkije uit te komen. Ja, hij had zich door Van Gaal laten overhalen om twee duels voor Jong Oranje te spelen, maar dat hoefden ze in Turkije niet te weten. ‘Ik was gewoon eerlijk in mijn reacties. Maar sindsdien had ik het gevoel dat ik iets moest bewijzen. Dat ik helemaal Turks was, maar me tegelijk helemaal Nederlands voelde. En dat ik niets had met moslims die geweld voor hun godsdienst gebruikten, maar tegelijk probeerde in alles een goede gelovige te blijven.’

Als hij wordt opgeroepen voor een stage met Turkije B wordt het dilemma ineens angstig concreet. Bijna zeven jaar later vertelt hij voor het eerst wat er op de achtergrond meespeelde in zijn maanden van twijfel en overpeinzingen. ‘Een paar maanden voor mijn selectie voor Oranje werd ik gebeld door de Turkse bondscoach. Hij nodigde me uit voor een wedstrijd met het B-team. Het plan was om daar ervaring op te doen en dan door te stromen naar het nationale elftal. Maar Heerenveen liet me niet gaan, omdat het een B-team betrof en ze me nodig hadden in de competitie. Ik moest de Turkse bond dus laten weten dat het feest niet door kon gaan. Daar ging het eigenlijk mis, begrijp ik nu.’

Om de band met zijn nieuwe werkgever niet te beschadigen gaf hij destijds geen ruchtbaarheid aan de weigering van de Friezen om hem af te staan. Toch is hij ook nu nog verbolgen over de weigering. ‘Kijk, ik ken de Turkse cultuur, dus ik wist hoe laat het was. Als je zo’n eervol aanbod weigert, houd je daar de rest van je leven last van. Je stelt ze niet alleen teleur, maar tast het eergevoel aan. En dat gaat diep bij Turken. Heel diep…’

Meer dan wat dan ook speelde deze kwestie mee in het hoofd van de jonge voetballer toen hij in de loop van januari na maanden talmen dan toch een knoop doorhakte. ‘Het was puur een verstandelijke keuze. Op dat moment had ik meer kansen bij Nederland dan bij Turkije, want ik had hen moeten weigeren.’

Dat in Nederland de loyaliteitsvraag gesteld werd is één ding, maar in Turkije vatten sommigen zijn keuze op als hoogverraad. ‘Heel Turkije is over zijn toeren’ riep een Turkse verslaggever toen het nieuws van zijn keuze bekend werd. ‘Dat lijkt me ietwat overtrokken. Er spelen zoveel Turkse jongens in het buitenland. Ik was er daar maar eentje van en bij lange na niet de bekendste.’

(Karel Smouter & Remko den Boef, “Eenmaal Oranje – Over de eeuwige debutanten van het Nederlands elftal”, Amstel Sport, Amsterdam/Antwerpen 2012, blz. 69-72)