Close

June 16, 2012

De zaak-Battiston

“Sevilla. Halve finale, Frankrijk-Duitsland. Ik ben overgemotiveerd, waanzinnig geconcentreerd aan deze wedstrijd begonnen. Deze partij was voor mij een laatste mogelijkheid onze slechte reputatie op te vijzelen. Om onze fans in Duitsland voor ons te winnen. Misschien zelfs de pers, die ons slechter afschildert dan we werkelijk zijn.

De Fransen spelen fantastisch, scoren doelpunten. Een paar spelers provoceren me, gaan op mijn handen staan… Ieder haartje aan mijn lijf staat stijf van pijn en machteloze woede. Inwendig kook ik. Een paar gevaarlijke situaties gaven me de kans me af te reageren. Dergelijke gebeurtenissen hebben altijd twee kanten. Het kost concentratie en motivatie. Maar er staat veel voor me op het spel: een finaleplaats. Is het voor jou of voor de tegenstander gevaarlijk als je je doel verlaat? Geen gezeur. Ik moet hem de bal afpakken. Zonder er bij na te denken, wie er op de been blijft.

Ik ren het doel uit, om de bal te vangen. Bij zulke acties is het blessuregevaar groot. Voor zowel keeper als aanvaller. Battiston komt op me afgerend. Uit ervaring weet ik dat hij de bal over me heen wil liften. Ik spring omhoog, kan mezelf onmogelijk nog corrigeren. Met opgeheven knieën vlieg ik op Battiston af. Als ik hem frontaal had geraakt, was hij er nog veel erger aan toe geweest. Op het laatste moment weet ik me nog wat te draaien, en tref hem met mijn achterste aan zijn hoofd. Hij valt. Ik ook. In mijn zij had ik een klap gevoeld, maar pijn doet het niet.

De bal rolde langs het doel. Ik werp een blik in de richting van de grensrechter. Dat doen keepers bijna altijd, als er tijdens een actie een overtreding of een botsing is geweest. Heeft hij gereageerd? Niets. Alles oké. Ik bracht de bal in het spel, draaide me om. Patrick lag op de grond. Ik liep langs hem heen, naar mijn doel.”

(Toni Schumacher, “Aftrap”, Centerboek 1987, blz. 31)