Close

May 11, 2012

Hoekschop-varianten

De hoekschop of corner(bal) is letterlijk een directe vrije schop, maar vanaf een vast punt/vaste ruimte op het veld (net als trouwens aftrap, strafschop en doelschop).

1. cornercorner

Vgl. Interpretatie bij spelregel 17: “Als een speler, tijdens het correct nemen van een hoekschop, de bal met opzet tegen een tegenstander trapt om de bal nogmaals te kunnen spelen, zonder dit te doen op een onvoorzichtige of onbesuisde wijze, of gepaard gaande met buitensporige inzet, dan moet de scheidsrechter het spel door laten gaan.”
(NB: De bewoordingen “onvoorzichtig, onbesuisd of gepaard gaande met buitensporige inzet” vinden we al in spelregel 12 inzake “overtredingen” gebruikt. De wetgever
(International Football Association Board) is dus consistent geweest op dit punt en is het belang van het behoud van de innerlijke systematiek van de spelregels niet uit het oog verloren!)

Als een speler dit nu doet om meteen weet een tweede corner te forceren, dan zou je dat een “cornercorner” kunnen noemen (neologisme). Die vervolg-corner zou je dan ook zo kunnen noemen (vgl. cornerbal: waarmee de achterbal en de hoekschop kunnen worden aangeduid; achterbal staat ook weer mede voor doelschop).

Dit kan dan uiteraard een vorm van tijdrekken zijn. Is het onsportief gedrag (zich gedragen op een wijze die geen respect voor het spel toont; spelregel 12 en Interpretatie)?
Of is het taktisch slim voetballen?

2. directe corner

De directe, lange corner heeft het karakter van een voorzet voor het doel.

2.1. inswinger / outswinger

Een directe corner kan worden genomen als “inswinger” of “outswinger”. Beide zijn boogballen tot voor het doel. De outswinger (normaliter op links met het linker been, op rechts met het rechter been genomen) draait weg van het doel. De inswinger (normaliter op links met het rechter been, op rechts met het linker been genomen) draait naar het doel toe.

Ik heb nooit begrepen waarom een outswinger die over de doellijn (achterlijn) gaat en weer terug het veld in komt, niet als inbal zou kunnen worden beschouwd (vgl. ook de bal die zo langs, over en terug over de zijlijn bij wijze van lengte- en dieptepass wordt getrapt). Dat is toch een spectaculair kunststukje dat de kans op gevaarstichting voor het doel vanuit een corner en dus de amusementswaarde in het profvoetbal vergroot? Hierbij doe ik dus graag een voorstel tot de wijziging van de voetbalspelregels op dit punt.

Vgl. in dit verband spelregel 9: “De bal is uit het spel wanneer: hij geheel en al over de doellijn of zijlijn is gegaan, hetzij over de grond hetzij door de lucht […].”

2.1.1. goalcorner

“CORNER GOAL Werd pas in 1924 geoorloofd en wel op verzoek van Uruguay dat op de Olympische Spelen van dat jaar in Parijs zo tweemaal raak had geschoten, tegen Joegoslavië en in de finale tegen Zwitserland (3-0). 24 uur nadat op 1 oktober 1924 ‘cornergoals’ mogelijk waren geworden, scoorde Argentinië daarmee 1-0 tegen Uruguay in Buenos Aires (eindstand: 2-1). Vandaar dat in Latijns-Amerika nog vandaag de dag zo’n doelpunt ‘gol olimpico’ heet – gescoord als het was tegen de Olympische voetbalkampioen.”

(Rob Siekmann, “Voetbalwoordenboek” (1978), blz. 29)

Een doelpunt uit een hoekschop kan “cornergoal” worden genoemd; een hoekschop waaruit een doelpunt ontstaat (of natuurlijk ook een hoekschop die rechtstreeks op doel wordt geschoten, maar er niet in gaat) is dan een “goalcorner”. Het is alleen mogelijk uit een inswinger. Bij de ene term ligt de nadruk op het nemen van de hoekschop, bij de andere op het doelpunt uit de hoekschop. Het feitelijke resultaat kan identiek zijn, maar het taalkundige perspectief anders. Deze beide termen zijn neologismen.

Spelregel 17 (“De hoekschop”):

“Vanuit een hoekschop kan rechtstreeks worden gescoord.”

3. “dode” cornerbal

Ook dit is een neologisme. De hoekschopnemer laat de bal liggen voor een medespeler die aan komt lopen. Dit om verwarring bij de tegenpartij te veroorzaken. Dit kan als tijdrekken worden beschouwd (onsportief gedrag), vergelijkbaar met de inwerper die de bal overgeeft aan een medespeler om in te gooien. De fake hoekschopnemer mag ook de voet op de bal zetten; de bal moet dan echter stil blijven liggen. Volgens spelregel 17 moet de bal namelijk – om gespeeld te zijn – bewegen na te zijn aangeraakt (zie ook hierna).

4. keepercorner

Uit spelregel 17 blijkt dat er uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met een hoekschop genomen door de doelverdediger (!). Het logische neologisme luidt “keepercorner”. Vgl. evenzo ook inworp door de doelverdediger (spelregel 15) en doelschop door de doelverdediger (spelregel 16).

Dit is duidelijk een voorbeeld van overregulering. Het is logisch, want vloeit automatisch voort uit de spelregels dat wanneer een doelverdediger de bal voor de tweede keer raakt uit een hoekschop zonder tussenkomst van een andere speler, hij hands maakt en dit moet worden bestraft met een directe vrije schop. Interessant is wel dat in spelregel 17 ook geregeld is dat als de doelverdediger de bal voor de tweede keer raakt in zijn eigen strafschopgebied (!), hij een indirecte vrije trap tegen krijgt. Dit is bij mijn weten de enige situatie dat een keeper geen hands mag maken in zijn eigen zestienmetergebied.

Hoe doet een keeper dat trouwens? Dat kan nooit voorgekomen zijn in de praktijk, want is menselijkerwijze bijna onmogelijk. Zo’n supermens bestaat toch eenvoudig niet….. Hij moet immers van de hoekvlag af een enorme afstand afleggen terug naar zijn eigen doel nadat hij de bal naar zijn eigen strafschopgebied heeft gespeeld zodanig dat hij de bal daar zelf weer bereikt. Elke tegenstander die dichter bij de overkant staat, klopt hem normaliter eenvoudig in de sprint. En waarom zou de doelverdediger dat doen? Dsat kan alleen maar tot een eigendoelpunt leiden, terwijl hij juist met een aanvallende actie, de hoekschop, bezig was,

Ooit overigens een keeper gezien die zo’n hoekschop voor het vijandelijke doel neemt? Zelfs in de spreekwoordelijke laatste minuut van de extra tijd zal hij hooguit opduiken in het strafschop van de tegenpartij, als een niet 1 op 1 te verdedigen extra aanvaller. Als hij echter zelf hoekschoppen gaat nemen, zet hij zichzelf letterlijk buitenspel. Het kan natuurlijk wel, want anderzijds zou het voordeel zijn dat er een extra veldspeler in het vijandelijke strafschopgebied verschijnt!

Waarom is deze bepaling expliciet opgenomen in de spelregels? Dit is een schoolvoorbeeld van extreme, ultieme overregulering voor gevallen die zich in de praktijk nooit zullen voordoen. Juristen zijn geneigd in wetten en contracten elk risico op misverstand uit te sluiten. Dat kan ook veel te ver gaan. Uiteindelijk kan je de werkelijkheid nooit helemaal of, beter gezegd, helemaal niet in geschreven regels die vooraf elke detailoptie behandelen, vangen. Stel je voor: een keeper die via een door hemzelf genomen hoekschop aan zichzelf een terugspeelbal in zijn eigen strafschopgebied geeft en dan hands maakt!!! Hier wordt op Kafkaiaanse wijze iets geregeld dat zelfs in de realiteit eigenlijk ondenkbaar is. Een fraai voorbeeld voor een cursus over de do’s and don’ts van wetgevingstechniek.

Afgezien daarvan: waarom wordt die handsbal niet konsekwent bestraft met een strafschop zoals wanneer een veldspeler dat zou doen?

Een ander voorbeeld van overregulering is te vinden in de Interpretatie bij spelregel 17: “De bal moet binnen het hoekschopgebied liggen en is in het spel wanneer deze is getapt. De bal hoeft het hoekschopgebied dus niet te verlaten om in het spel te zijn.” De hoofdregel zegt hetzelfde namelijk nog nauwkeuriger: de bal is in het spel wannneer deze is getrapt en beweegt.

Waarschijnlijk is deze bepaling in de Interpretatie bij spelregel 17 terecht gekomen, omdat er vaak om praktische redenen niet de hand wordt gehouden aan de plaats waarvan af getrapt wordt. De speler legt de bal dan net buiten de kwartcirkel van het hoekschopgebied om meer bewegingsruimte te hebben (de hoekvlaggestok zit immers in de weg).

Dit soort in feite herhalende bepalingen zou behoren te worden geschrapt uit de spelregels: deregulering.

5. korte corner

Hoekschop in tweeën, indirecte hoekschop, “kleine” hoekschop: speler A speelt de bal over korte afstand naar medespeler B.

Als dit heel kort gebeurt, kan de bal meteen worden vastgezet in de hoek van het speelveld. Is dat tijdrekken (onsportief gedrag) of is het taktisch slim gevoetbald?

5.1. achterwaartse corner

“Zo bedacht [Johan Cruijff] de ‘achterwaartse corner’ tijdens een Europacupwedstrijd tegen het Zwitserse Basel: staande bij de cornervlag, met zijn rug naar het doel, wipte hij de bal over zijn hoofd en zo kon ploeggenoot Rijnders koppend scoren.”

(Willem Baartse, “Toeval is logisch – Johan Cruijff van A tot Z”, Uitgeverij BZZToH, ‘s-Gravenhage 2007, blz. 132)

Commentaar: Cruijff kan deze bal alleen gespeeld hebben, indien deze hem eerst kort was toegespeeld. Het is fysiek onmogelijk een corner direct zo te nemen. Zelfs Cruijff kon dat niet!

Vgl. in dit verband spelregel 17:

“De nemer mag de bal niet opnieuw spelen, voordat deze is geraakt door een andere speler.”