Close

May 10, 2012

De spagaat van doelman Robert Enke

“Een zeventienjarige jongen uit het B-elftal was zijn nieuwe trainingspartner en vervanger, José Moreira. ‘Het eerste wat me opviel was zijn gezicht’, zegt Moreira. ‘Zijn gezicht tijdens de wedstrijd was het gezicht van Oliver Kahn! Geen enkele beweging, geen gebaar, roerloos, niets leidde hem af, niets bracht hem uit de concentratie.’

Robert Enke merkte hoe de jongen elke beweging van hem opzoog, hoe Moreira hem begon te imiteren. ‘Als je naar me kijkt’, zegt Moreira elf jaar later en kan daarbij zijn trots niet verhelen, ‘zul je het een en ander van Robert herkennen.’

In de Kathedraal van het Bier, zoals de ruimte voor de bijzonder belangrijk geachte gasten in het Stadion van het Licht heet, springt Moreira van zijn barkruk. Voor hem dineren zakenlieden, strak in het pak, en Moreira, in wijde spijkerbroek en slobberig zwart T-shirt gestoken, doet net alsof hij geen publiek heeft. Hij gaat op zijn hurken, bijna in spagaat, het rechterbeen uitgestrekt, de linkerknie gebogen, het bovenlichaam kaarsrecht, de armen gespreid, alle tien vingers gespreid. ‘Zo stond Robert in een-op-een situaties wanneer een aanvaller voor hem opdook’, Moreira’s stem in nu hoog en luid van enthousiasme, ‘hij maakte zich zo breed, en hij was zo beweeglijk en snel, hij kon deze positie vanuit het niets innemen en meteen weer uit zijn spagaat springen. Geen andere doelman beheerste deze houding.’”

(Ronald Reng, “Robert Enke – Een al te kort leven”, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen 2011, blz. 96-97)