Close

May 7, 2012

De Cruijff-penalty: strafschop in tweeën

De feiten

“Voetballers zouden voetballers niet zijn als ze niet de vreemdste trucjes verzonnen om een strafschop binnen te schieten. De meest vermaarde versie is wel die van Johan Cruijff, die tezamen met Jesper Olsen de keeper van Helmond Sport, Otto Versfeld, op het verkeerde been zette door een strafschop in drieën te nemen. Cruijff neemt de aanloop, maar schiet de bal niet op doel maar links naar voren, waar de aanstormende Olsen de bal oppikt en terugspeelt naar Cruijff. De volledig verbouwereerde en gedesoriënteerde Versfeld maakt geen enkele kans op de hernieuwde inzet van Cruijff. Een unieke ervaring voor het publiek en voor Versfeld.

“Toch is deze door velen aan Cruijff toegewezen truc niet uniek. De Belgische international Rik Coppens heeft een dergelijk huzarenstukje zelfs uitgehaald in een interland tegen IJsland. Coppens was een artiest op het veld. In België wordt hij ook wel ‘Koning Penalty’ genoemd. In zijn hele carrière schijnt hij geen enkele belangrijke penalty gemist te hebben. In de interland tegen IJsland gaf Coppens een pasje licht vooruit naar rechts, waar ‘Popeye’ Pieters van Standard Luik de bal oppikte. De IJslandse doelman rent op Popeye af, die naar Coppens terugspeelt, waarna deze de bal rustig het doel inloopt. Coppens: ‘Veel gemakkelijker dan wanneer je hem er in je eentje moet inschieten. En het spektakel, jongen, het spektàkel moet toch voorrang hebben.’”

(Gyuri Vergouw, “De Strafschop – Zoektocht naar de ultieme penalty”, Elsevier, Maarssen, 2003, pp. 34-35)

Andere bron

“Op zijn oude voetbaldag bleef Johan Cruijff een uitvinder en een tovenaar. Tot verbijstering van tienduizend toeschouwers in Stadion De Meer en later van miljoenen televisiekijkers haalde hij op de vijfde december 1984 een stunt en een truc uit die moeiteloos de geschiedenisboeken heeft gehaald. […]

“In de tweeëntwintigste minuut viel een van de merkwaardigste treffers ooit. Søren Lerby bereidde die voor door gestrekt te gaan in het zestienmetergebied. Cruijff, die in deze wedstrijd zijn 200ste doelpunt voor Ajax kon gaan scoren, nam plaats achter de bal om de penalty te nemen.

“Na het fluitsignaal van scheidsrechter Jan Manuel schoot hij echter niet van de stip direct hard in, maar legde nij de bal doodgemoedereerd breed op de snel toe sprintende Jesper Olsen. De aalgladde Deen had geen moeite om de overrompelde Helmond [Sport]-doelman Versfeld uit te spelen en zette weer voor op Cruijff, die het unieke een-tweetje koelbloedig afmaakte, 2-0 op het scorebord liet aanbrengen en de voetbalwereld weer eens op z’n kop zette.

Achtergrond

“‘Hoe ik er op kwam? Ach, het is uit een geintje geboren. Op de training hebben we zo’n penalty wel eens genomen. Ja, Jesper Olsen wist ervan. Ik had het al een week eerder willen doen. In de wedstrijd tegen Feijenoord, wanneer de stand zich er voor had geleend. Een strafschop in tweeën nemen houdt natuurlijk risico’s in. Ik vond het gezien de stand en het vertrouwen van de ploeg, op dat moment wel verantwoord. Met de feestdagen in aantocht leek het me wel leuk om dit te doen. Dan hebben de mensen wat om over te praten.”

(Henk Davidse en Henk ten Berge, “‘Johan Cruijff is ongeneeslijk beter’ – Anekdotes, belevenissen en uitspraken”, Uitgeverij BZZTôH, ‘s-Gravenhgage 2000, blz. 105 (in hoofdstuk over “De hokus-pokus-penalty”))

“Ooit nam ik samen met Jesper Olsen bij Ajax een penalty in tweeën. Laat ik maar eerlijk zijn, dat was gewoon een grap. Had het 0-0 gestaan, dan was het natuurlijk niet gebeurd. Maar we stonden zo’n eind voor dat de spanning uit de wedstrijd was en met deze grap probeerden we de supporters toch nog te vermaken. Nou, dat is gelukt.

Het is een van de weinige keren dat ik een strafschop genomen heb. Dat het er [bijna] nooit van gekomen is, heeft vooral te maken met het gegeven dat ik bij Ajax (Henk Groot en Gerrie Mühren), Barcelona (Carlos Rexach) en het Nederlands elftal (Johan Neeskens) altijd een perfecte nemer in de ploeg had.”

(Johan Cruijff, “Voetbal”, Opgetekend door Jaap de Groot, Cruyff Library 2012, blz. 79)

Mislukte poging

“[…] heel serieus was de poging van Arsenal-speler Henry. 22 jaar na Cruijffs surprisegoal probeerde hij hetzelfde: Arsenal stond met 1-0 voor tegen Leicester City en samen met Robert Pires poogde hij ‘de Cruijff-penalty’, zoals hij hem zelf noemde, te imiteren. Pires raakte de bal echter niet goed en dus kon Henry de poging niet verzilveren. In de verwarring gaf de scheidsrechter zelfs een vrije schop aan de tegenpartij, al begreep niemand waarom. De geschrokken Henry beloofde in elk geval, tot opluchting van zijn verbaasde trainer Wenger, dat hij het nooit meer zou doen.”

(Willem Baartse, “Toeval is logisch – Johan Cruijff van A tot Z”, Uitgeverij BZZTôH, ‘s-Gravenhage 2007, blzz. 133-134 (in hoofdstuk “De Sinterklaasstrafschop”))

Toepasselijk recht

Spelregel 14 (“De strafschop”):

“Uit een strafschop kan rechtstreeks worden gescoord”.

“De overige spelers [anderen dan de strafschopnemer en de doelverdediger; RS] bevinden zich: – binnen het speelveld, – buiten het strafschopgebied, – achter de strafschopstip, – op tenminste 9,15 meter van de strafschopstip.”

“De strafschopnemer trapt de bal in voorwaartse richting.”

“De medespelers van de nemer,hun doelverdediger en overige veldspelers bevinden zich: – buiten het strafschopgebied, – buiten de cirkelboog, – achter de bal.” (Interpretatie bij spelregel 14)

Commentaar

Uit een strafschop kàn, maar behoeft dus niet rechtstreeks te worden gescoord. De bal moet vooruit gespeeld worden, dus niet breed. De inlopende speler start na het vooruit spelen van de bal door zijn medespeler vanaf 9,15 meter van de strafschopstip, vanachter de bal. De keeper bevindt zich op dat moment 11 meter van de strafschopstip vandaan. De inloper heeft dus per definitie altijd minder dan 2,15 meter voorsprong, want de bal moet vooruit gespeeld worden door de strafschopnemer. Waar kan de inloper meetkundig het best gaan staan?Vlak achter de strafschopstip een beetje (een paar metertjes) naar links of rechts aan de rand van de cirkelboog. De pass van de strafschopnemer “in de ruimte” moet daaraan zijn aangepast.

De inloper kan natuurlijk ook de bal eerst aannemen, proberen de uitgekomen keeper te omspelen en dan terugpassen naar de strafschopnemer of zelf rechtstreeks scoren. Dat is allemaal mogelijk en toegestaan. De bal is immers na de eerste trap van de strafschopnemer zonder enige restrictie in het spel, speelbaar. Zo’n penalty-actie zou, indien de inloper solerend verder gaat en zelf scoort, gaan lijken op de shoot-out uit het Amerikaanse profvoetbal. Een speler start dan bij de middenlijn en moet dan een doelpoging wagen binnen een bepaald aantal seconden. De keeper mag uitlopen en dus kan de strafschopnemer hem ook trachten te omspelen met een passeerbeweging. Cruijff had toen een jaar eerder nog in de Verenigde Staten voor de Washington Diplomats gespeeld (lees: Pieter van Os met Friso van der Oord, “Johan Cruijff – De Amerikaanse jaren”, Uitgeverij 521, Amsterdam 2007). Henry wist dus van Cruijff (“Cruijff-penalty”), maar Cruijff kennelijk niet van Coppens. Hij was wellicht geïnspireerd door de Amerikaanse shoot-out waarmee bij gelijke stand aan het eind van wedstrijden een beslissing werd geforceerd?

Johan Cruijff: “Amerikanen zijn goede verliezers. Europeanen zijn dat niet. Daarom hebben wij het gelijkspel uitgevonden om iedereen tevreden te kunnen stellen.”

Pieter Winsemius: “Amerikanen zijn helemaal geen goede verliezers; ze willen winnen. Heb je met inzet gestreden en het maximum uit jezelf en je team gehaald, dan is het minder erg om te verliezen. Europeanen zijn tevreden met de verdelende rechtvaardigheid: allemaal een punt, iedereen blij. […]”

(Pieter Winsemius, “Toeval is logisch”, Uitgeverij Balans, Amsterdam 2012, blzz. 18-19; no. 7)

Mijn eigen mening (RS): Als je absoluut wilt winnen, kun je ook nog wel een goede verliezer zijn. Ik denk dat Cruijff dat bedoelt. Of Europeanen geen goede verliezers zijn, weet ik niet echt. Afgezien daarvan behoort het gelijkspel tot de tradities van de voetbalcultuur, die Europees van oorsprong is: een gelijkspel, een onbeslist, moet als tertium (derde optie) naast winst en verlies ook mogelijk zijn. The winner takes it all? Je kunt “mooier” gevoetbald hebben en toch verliezen. De vraag is uiteraard of “mooier” altijd ook “beter” is. Hoe zwaar weegt het rendement van je inspanningen om mooi te voetballen als je verliest? Mooi winnen dat is natuurlijk het optimum. Maar met goed voetbal verliezen, als je er alles aan gedaan hebt (Winsemius), is niets minder waard. Het gaat voor de neutrale toeschouwer en tv-kijker immers om de kwaliteit van het voetbal van beide partijen tezamen.

Strafschoppenserie

Bij de “Europese” shoot-out (FIFA), de strafschoppenserie om een ook na verlenging met gelijke stand geëindigde wedstrijd te beslissen (knock-out competities zoals bekervoetbal), is het nemen van strafschoppen in tweeën overigens niet mogelijk en toegestaan. De spelregels bepalen dat alle spelers, met uitzondering van de nemer van de strafschop en de twee doelverdedigers, dan in de middencirkel moeten blijven. En: de doelverdediger, die tot dezelfde partij behoort als de nemer van de strafschop, moet zich opstellen binnen het speelveld, buiten het strafschopgebied en wel op de plek waar de doellijn en de lijn van het strafschopgebied samenkomen.

Voetbaltaal

Strafschop in drieën of in tweeën (Cruijff) of penalty in drie of twee tijden (Coppens)?

De combinatie tussen Cruijff en Olsen resp. Coppens en Piters is in feite een soort 1-2tje (één-tweetje): “Een explosieve combinatievorm van deze tijd die bestaat uit 2 passes tussen 2 spelers. De eerste pass is een lengte- of breedtepass en de tweede altijd een pass-ineens. De speler die het eerst heeft gepasst, gaat vervolgens diep en ontvangt achter de rug van zijn directe tegenstander om de terugpass.” (Rob Siekmann, “Voetbalwoordenboek (1978), p. 42; zie meer gedetailleerd over de 1-2-combinatie ook: Rob Siekmann, Moderne Voetbaltheorie (1980), blzz. 61-62).

Het is een strafschop in drieën inzoverre na de 1-2 combinatie nog op doel moet worden geschoten. Het is echter ook weer een strafschop in tweeën in zoverre er maar twee spelers bij betrokken zijn zoals bij het één-tweetje.

Andere literatuur over de strafschop

Henri van der Steen, “Penalty! – Het trauma van Oranje”, Tirion Sport, Tirion Uitgevers, Baarn 2004)