Close

February 1, 2012

Het “polletje” van Van Breukelen en de geest van het spel

image source: NOS.nl

In zijn boek “Winnen: van talent naar topspeler” (2011) schrijft Hans van Breukelen het volgende (p. 66): “[…] Keje Molenaar [had] namens Feyenoord in blessuretijd de gelijkmaker […] aangetekend […]. De goal van Molenaar was tot stand gekomen uit een vrije trap, op enkele meters van mijn doel. Deze situatie had ik zelf veroorzaakt door op een onreglementaire manier de bal weer op te pakken na een vermeende spelhervatting. Een historische blunder, die de boeken is ingegaan als ‘het polletje van Hans van Breukelen’.” In de in 1989 geschreven autobiografie “Het engeltje van Hans van Breukelen” is ook sprake van “de polletjeswedstrijd in Rotterdam (1-1)”.

De wedstrijd vond plaats in het seizoen 1987/88. Het is mij niet duidelijk wat met “een vermeende spelhervatting” wordt bedoeld. Het zou om een spelhervatting zijn gegaan, maar dat was het niet naar de woorden van Van Breukelen. Uit het filmfragment dat ik op Internet heb gezien wordt niet duidelijk wat er gebeurde voordat de doelman de bal in handen heeft. Waarschijnlijk had hij zojuist een schot uit de lucht “geplukt” of op andere, reglementaire wijze de bal in handen gekregen. Het kan in ieder geval niet gegaan zijn om de spelhervatting via een vrije trap. Waarschijnlijk bedoelt Van Breukelen te zeggen dat hij de bal weer in het spel bracht. Dat zou je immers ook een spelhervatting kunnen noemen, al is het spel op dat moment niet “dood” zoals bij vrije trap, strafschop, inworp, doeltrap en hoekschop.

Wanneer de keeper de bal in handen heeft, is het spel wel inzoverre dood, dat hij niet (direct) speelbaar is voor anderen. De bal is onttrokken aan het spel, de bal is niet vrij voor iedereen op het veld. Het lijkt een spelhervatting, maar het is het niet echt. Het is dus een vermeende spelhervatting, iets wat je een spelhervatting zou kunnen noemen. De inworp, doeltrap en hoekschop worden in de spelregels expliciet een spelhervatting genoemd (regel 16): “A throw in is a method of restarting play.” enz. (volgens een Note bij de Laws of the Game worden de voetbalspelregels in Engels, Frans, Duits en Spaans gepubliceerd door de FIFA, maar is de Engelse versie gezaghebbend indien de teksten op enigerlei wijze van elkaar verschillen).

De bal is in die gevallen letterlijk uit het spel, buiten het speelveld geweest. Dat zouden de spelhervattingen-in-enge-zin kunnen worden genoemd. Vrije trap (direct en indirect) en strafschop zijn dan spelhervattingen in ruime of andere zin (bal is in het speelveld; na een overtreding van de spelregels). Het zijn spelstraffen. De vermeende spelhervatting van Van Breukelen is er één in oneigenlijke zin, een zogenaamde (de bal is in het speelveld, maar het spel is niet dood zoals bij de eigenlijke spelhervattingen). Van Dale omschrijft “vermeend” als: verondersteld, gewaand, beweerd.

Maar wat gebeurde er nu precies? Wat behelst het polletjesincident? Ik citeer hier uit de feiten een willekeurige nieuwsbron op Internet: “In 1987 was er ‘het polletje van Van Breukelen’. PSV-doelman Hans van Breukelen wilde in de topper tegen Feyenoord de bal in zijn eigen strafschopgebied tegen de grond laten stuiteren, maar door de modder [het polletje; RS] blijft de bal liggen. Van Breukelen raapt vervolgens onreglementair de bal weer op en krijgt [vervolgens] een indirecte vrije trap tegen. De Rotterdammers scoren uit die vrije trap en komen vlak voor tijd op gelijke hoogte met PSV.”

Als we nu naar de huidige spelregels kijken, dan bepalen deze in regel 12 (Overtredingen en onbehoorlijk gedrag) dat een indirecte vrije schop wordt toegekend aan de tegenpartij, indien een doelverdediger, binnen zijn eigen strafschopgebied, één van de (vier; zie hierna)volgende overtredingen begaat: de bal weer met de handen aanraakt, nadat hij deze in het spel heeft gebracht, zonder dat deze is geraakt door een andere speler. Dit is de officiële Nederlandse versie in de Spelregels veldvoetbal van de KNVB, uitgave juli 2011; de originele Engelse versie is bindend als er verschil met de ook officiële Franse, Duitse en Spaanse versies is in de bewoordingen; de Nederlandse versie is als zodanig niet door de FIFA bindend verklaard; er lijkt overigens in dit, het onderhavige geval geen verschil tussen de Nederlandse en Engelse versies te bestaan.

In ieder geval is het duidelijk dat in geval van discrepantie met het Engelstalige origineel de Nederlandse versie in het licht van de Engelse moet worden begrepen en uitgelegd. Bijvoorbeeld “de bal in het spel brengen” zou letterlijk iets anders kunnen zijn dan “to release the ball from [one’s] possession”, maar dan prevaleert de Engelse versie. De officiële Interpretatie van deze regel luidt vervolgens aldus:

“Een doelverdediger mag de bal niet met zijn handen raken binnen zijn eigen strafschopgebied in de volgende omstandigheden: – Als hij de bal weer met hand of arm speelt, nadat hij deze in het spel heeft gebracht en zonder dat deze is geraakt door een andere speler: – de doelverdediger wordt geacht in bezit van de bal te zijn, wanneer hij deze raakt met enig deel van zijn handen of armen, behalve wanneer deze per ongeluk terugstuit nadat hij bijvoorbeeld een redding heeft verricht, – het bewust pareren (tegenhouden) van de bal wordt ook gezien als balbezit […..].” (Engels: “- the goalkeeper is considered to be in control of the ball by touching it with any part of his hands or arms except if the ball rebounds accidentally from him, e.g. after he has made a save, – possession of the ball includes the goalkeeper deliberately parrying the ball”.)

Een onbewuste rebound mag dus alsnog wél worden gepakt “im Nachgreifen” zoals de Duitsers dat wel zeggen, maar dat is onreglementair wanneer de doelman een bal bewust raakt of afweert met hand of arm. Is het naduiken van een eerst gestopte bal dus niet toegestaan? De bal wordt bijvoorbeeld van korte afstand keihard ingeschoten, dan in een reflex bewust gepareerd door de keeper en vervolgens in een beweging naar de zijkant weg gestompt. Dit laatste is toch een “dode” regel die in de praktijk zo niet wordt toegepast? De (Nederlandse) Aanvullende instructies luiden in dit verband:

“Als de doelverdediger de bal per ongeluk laat vallen of uit zijn handen laat glijden en hij vervolgens de bal weer oppakt, dan onderbreekt de scheidsrechter het spel en hervat hij het spel met een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding […..].”

Je zou je echter kunnen voorstellen dat het per ongeluk laten vallen van de bal e.d. juist niet strafbaar is! Hoe stel je overigens vast dat er geen opzet in het spel is? Een per ongeluk teruggestuiterde bal oppakken is niet strafbaar, per ongeluk laten vallen wel. Deze regel volgt onmiddellijk op een andere mogelijke overtreding van de spelregels door de doelverdediger, te weten: langer dan zes seconden de bal in zijn handen houden, voordat deze weer in het spel brengt wordt gebracht, en wordt onmiddellijk gevolgd door de twee overige overtredingen: de bal met de handen aanraken, nadat deze hem doelbewust door een medespeler met de voeten is toegespeeld, en de bal met de handen aanraken, nadat deze rechtstreeks is ontvangen uit een inworp genomen door een medespeler.

De onderhavige regel van “niet twee keer raken” behoort tot de regels die ooit zijn aanvaard tegen het “tijdrekken”; zie en vergelijk eerder de (meer dan) vier stappen-regel, hetgeen nu de (meer dan) zes seconden-regel is (destijds stond in algemene zin ook uitdrukkelijk in de spelregels dat een doelman strafbaar was wanneer hij “indulges in tactics which, in the opinion of the Referee, are designed merely to hold up the game and thus waste time and so give unfair advantage to his own team.”; deze – toen open – norm tegen tijdrekken is nu dus volledig nader ingevuld en geconcretiseerd!) . De vraag is wat de onderhavige regel nog met het tegengaan van tijdrekken te maken heeft. De regel is een “dode letter” geworden, want wordt zo strikt niet toegepast, een doelman die de bal eenmaal uit zijn handen laat stuiteren alvorens hem uit (weg) te trappen, rekt immers geen tijd. Een keeper die “im Nachgreifen” de bal van de voeten van een aanvaller pakt of een save laat volgen door het vastpakken van de bal doet dat evenmin.

De conclusie moet luiden dat de bewoordingen van deze regel aanpassing behoeven om vraagtekens aldus weg te nemen. De regel is in deze vorm een voorbeeld van overregulering. Er is destijds enerzijds te gedetailleerd geregeld – kennelijk om de rechtszekerheid te bevorderen, en anderszins is de regel te restrictief, want verbiedt vrijwel alles. Het op de juiste wijze in het spel brengen van de bal door de keeper is een op zichzelf staand technisch kunstje geworden dat hij moet beheersen. Het stuiteren van de bal is nu dus eigenlijk officieel verboden anders dan in de tijd van Van Breukelen. Het was hem eigenlijk niet te verwijten dat de bak door het polletje bleef liggen en niet terugstuitte in zijn handen; of had hij soms het polletje en het mogelijke effect daarvan moeten onderkennen? Per ongeluk terugstuiten van de bal en (aan)raken van de bal is nu niet strafbaar; door het polletje stuitte de bal per ongeluk niet terug in handen van Van Breukelen; dat laatste had toen eigenlijk niet als strafwaardig moeten worden beoordeeld, in de geest van het spel.

Van Breukelen was bezig de bal weer in het spel te brengen; die actie was nog niet teneinde, maar werd abrupt en onbedoeld onderbroken door het polletje. Hij was niet aan het tijdrekken, dus de ratio van de regel van toen werd helemaal geen geweld aangedaan. Hij liet de bal evenmin per ongeluk vallen, hetgeen nu strafbaar zou zijn. Of was hij in feite aan het tijdrekken gezien de stand van de wedstrijd (1-0 voor PSV in de laatste minuut van de wedstrijd)? Hij stuiterde de bal immers twee keer. Maar dat werd kennelijk niet bestraft door de scheidsrechter. En daar lijkt het ook niet naar als je de beelden bekijkt. Wat de arbiter wel bestrafte was het weer oppakken van de bal in strijd met de formele regel.

Image and video: NOS.nl