Close

February 1, 2012

De zaak-Esteban: Noodweerexces en de spelregel die moet worden verbeterd

image source: REUTERS/Ajax/Louis Van De Vuurst

Volgens de voetbalspelegels (regel 12) wordt “gewelddadig gedrag” (violent conduct in het rechtens bindende Engelstalige origineel ervan) bestraft met een rode kaart. “Geweldaddig gedrag” is een zogeheten “open norm”, want multi-interpretabel, voor meerderlei uitleg vatbaar. Volgens de officiële evenzeer bindende Interpretatie bij de spelregels (Interpretation of the Laws of the Game) maakt een speler zich ook schuldig aan een gewelddadige handeling als hij buitensporige inzet of geweld gebruikt ten opzichte van anderen dan een tegenstander (in het geval van een tegenstander anders dan in de strijd om de bal; in de strijd om de bal gaat het volgens spelregel 12 overigens om ernstig gemeen spel/”serious foul play”); de Engelse versie luidt volledigheidshalve als volgt: “[…] if he uses excessive force or brutality against a team-mate, spectator, match official or any other person.”). Gewelddadig gedrag kan plaatsvinden op of buiten het veld, of de bal nu in het spel is of niet. Het valt in dit verband overigens op dat de betekenis van “serious foul play” en “violent conduct” door spelers – dus al dan niet in de strijd om de bal – identiek is: het betreft in beide gevallen excessief geweldgebruik; m.a.w. hetzelfde, met een rode kaart bestrafte feit wordt verschillend benoemd!).

Tot zover de spelregels. Duidelijk wordt hieruit dat, wanneer geweld wordt gebruikt tegen een tegenstander (buiten het duel om de bal) of een derde, dus niet een speler van de tegenpartij, er sprake moet zijn van buitensporigheid ofwel disproportionaliteit van geweld. Inzoverre wordt de “open norm” wat nader ingevuld in de Toelichting bij de spelregels. Gemakshalve ga ik er hier even vanuit dat “gewelddadigheid” een begrip is dat geen nadere uitleg behoeft, hoewel het evengoed tot de open norm behoort. Het blijft echter onduidelijk wat excessief gedrag is. De scheidsrechter, die er overigens volgens spelregel 5 (over De scheidsrechter) voor moet zorgen dat er geen onbevoegde personen het veld betreden, heeft hier dus beleidsvrijheid om op te treden.

Dat is echter niet het hele verhaal. In de staat, het land waar de wedstrijd wordt gespeeld geldt het gewone strafrecht in beginsel in volle omvang en prevaleert principieel boven de voetbalspelregels. Nu zijn de voetbalspelregels regels van een privaat karakter (in dit geval de voetbalsector als maatschappelijk deelterrein), terwijl bijvoorbeeld in Nederland het Wetboek van Strafrecht tot het publieke domein behoort, dat van de samenleving/maatschappij in den brede (“society at large”). Het behoeft dus strikt gesproken niet zo te zijn dat wat in het reguliere strafrecht disproportioneel is bij geweldgebruik, dat evenzo automatisch is op het voetbalveld, of omgekeerd.

Toch lijkt het niet onverstandig om zich door de wet te laten inspireren bij de nadere uitleg van wat bij geweld op het speelveld excessief zou zijn. Er zouden toch wel heel goede argumenten moeten zijn om af te wijken van wat algemeen aanvaard is in de samenleving in den brede. Om daarvan af te wijken moet de situatie op het voetbalveld toch wel zeer sport-specifiek en anders zijn dan in de gewone maatschappij.

Bij de nadere uitleg van het begrip excessiviteit komt men in ons land dan uit bij de begrippen “noodweer” en “noodweerexces”. Noodweer is in het Nederlandse strafrecht een algemene strafuitsluitingsgrond, neergelegd in artikel 41 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en noodweerexces is geregeld in lid 2 van datzelfde wetsartikel. Niet strafbaar is de persoon, die een feit begaat dat is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed, tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Dat is noodweer. Noodweerexces is de overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging, indien zij het onmiddellijke gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding is veroorzaakt. Noodweerexces is dus eveneens te rechtvaardigen, maar in feite disproportioneel gedrag.

Opgemerkt zij nog in dit verband dat er tenminste sprake dient te zijn van een onmiddellijk dreigend gevaar, wil er van een aanranding sprake zijn. Wat doelman Esteban in de bekerwedstrijd Ajax-AZ tegen de aanrander deed was kennelijk excessief (hij trapte twee keer door, terwijl de aanrander op de grond lag; had hij niet beter kunnen weglopen, vluchten in deze situatie?), maar naar normen van Nederlands strafrecht, die geacht mogen worden ook permanent boven elke voetbalwedstrijd die in ons land gespeeld wordt te “hangen”, was er kennelijk sprake van een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding was veroorzaakt. Het behoort ook niet tot de gangbare risico-aanvaarding dat je door een toeschouwer wordt aangevallen, als je aan een voetbalwedstrijd deelneemt; het betreft geen strijd om de bal of daarzonder met een tegenstander.

Er had dus meteen al geen rode kaart voor Esteban behoren te worden getrokken, naar Nederlands recht. Een scheidsrechter moet afgezien daarvan ook luisteren naar zijn rechtsgevoel: wat is onder omstandigheden redelijk en billijk, wat is rechtvaardig? Open normen geven hem daarvoor ook de ruimte. Als dat zo is, zouden de zogeheten “Aanvullende instructies werkgroep spelregels veldvoetbal” (die kennelijk in de plaats gekomen zijn van het boekwerk in de vorm van de vroegere Handleiding voor scheidsrechters van de KNVB) aangepast dienen te worden niet in de geest van het spel (want daarmee heeft het onderhavige geval dus niets te maken), maar naar de letter van het Wetboek van Strafrecht, waarboven in Nederland zelfs de FIFA-spelregels niet prevaleren.

In de huidige tekst van de Aanvullende instructies wordt alleen terugverwezen naar de officiële Interpretatie van de FIFA. De letter van de wet houdt via noodweerexces in feite al rekening met overwegingen van redelijkheid en billijkheid. Ik zie verder ook niet in wat het verschil is tussen dit geval en als de aanranding zou hebben plaatsgevonden buiten het stadion. Het gebeuren had helemaal niets met de wedstrijd als zodanig van doen. Het was een intermezzo dat niet thuis hoorde op een voetbalveld en trouwens evenmin daarbuiten om het eufemistisch uit te drukken. De aanklager van de KNVB liet weten dat arbiter Nijhuis de doelman weliswaar volgens de spelregels terecht de rode kaart voorhield in het bekerduel, maar dat Esteban zich “in een situatie bevond die een zodanige gemoedsbeweging tot stand heeft gebracht dat hij de ingegeven reactie heeft uitgevoerd”. Hij vervolgt met te zeggen: “De keeper werd onverwachts aangevallen; hij zag zijn belager niet aankomen. De aanklager is van mening dat een dergelijk ingegeven reactie geen tuchtrechtelijke gevolgen zou moeten hebben.”

De rode kaart werd terecht geseponeerd. De spelregel zou echter ook om praktische redenen moeten worden aangepast, omdat een speler achteraf onterecht van het veld blijkt te zijn gezonden. Zou de wedstrijd zijn voortgezet, dan had zijn team met een man minder moeten doorgaan door deze spelstraf. In de voorbereiding op het seizoen 1984-1985 werd doelman Hans van Breukelen tijdens een oefenwedstrijd van zijn club PSV tegen Atletico Madrid met een rode kaart van het veld gestuurd, omdat hij een toeschouwer onheus bejegende, toen zijn medespeler Michel Valke werd aangevallen en Van Breukelen hem probeerde te beschermen. Daaruit is toen kennelijk geen lering uit getrokken en ook niet uit andere dergelijke gebeurtenissen. Deze wedstrijd zal denkelijk in Madrid hebben plaatsgevonden en ik ga er dan maar even voor het gemak van uit dat ook het Spaanse strafrecht de algemene strafuitsluitingsgrond van noodweerexces kent.

Als noodweerexces wereldwijd een algemeen erkend beginsel van strafrecht is, zou dit in de FIFA Interpretation bij de spelregels verwerkt dienen te worden, zo zou men denken. Zou de arbiter menen dat het noodweerexces toch te buitensporig is, dan zou hij nog moeten kunnen kiezen tussen het trekken van een gele of rode kaart, al naar gelang de feiten en omstandigheden. Nu kan hij alleen direct een rode Kaart trekken (en dan zelfs ook in het geval van aanvaardbaar noodweerexces) en dat is een te radicale sprong, zelfs indien men de straf preventieve werking wil meegeven met het oog op de toekomst, opdat de normen niet gaan verschuiven.

Images: REUTERS/Ajax/Louis Van De Vuurst